Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).

Gedenk de gevangenen



Een aantal jaren geleden ben ik als vrijwilliger betrokken geraakt bij het werk van Gevangenenzorg Nederland. Graag wil ik daar iets meer over vertellen. Jarenlang heb ik deel uitgemaakt van het kerkelijk verenigingsleven, ik ben er in opgegroeid en door gevormd. Maar op een bepaald moment begint er toch ergens iets te kriebelen. Eén van mijn bezwaren tegen dat kerkelijk leven is juist het te veel naar binnen gericht zijn. Als je wilt kun je elke avond bezig zijn met activiteiten, zonder dat je ‘buiten’ komt, dat wil zeggen deelneemt aan het ‘echte’ leven …

Ik ben me af gaan vragen wat ik zelf zou kunnen betekenen voor een ander. Vooral een cursus, gevolgd bij Theo Visser, oprichter van de ICF (International Christian Fellowship) heeft mijn ogen en hart geopend, om als christen bewogen te zijn met en open te staan voor andere mensen. Dit ‘evangelisatiebewustzijn’ maakte mij als het ware wakker, alleen wist ik er nog niet praktisch vorm aan te geven.

Totdat het werk van Gevangenenzorg Nederland voorbijkwam, een vrijwilligersorganisatie die zorg wil verlenen aan mensen achter de tralies en hun familieleden. Vanuit een kantoor in Zoetermeer met o.a. enkele maatschappelijk werkers worden ongeveer driehonderd vrijwilligers aangestuurd die op eigen houtje gesprekken voeren met mensen in de gevangenis.

Onderstaand een stuk wat ik in 2009 als één van die vrijwilligers schreef in ons kerkblad in verband met een actie die in dat jaar werd gehouden voor o.a. Gevangenenzorg Nederland.


Gevangenenzorg Nederland

            Een deel van de opbrengst van de Lentemarkt zal bestemd zijn voor de stichting Gevangenenzorg Nederland. Vanaf 2003 ben ik als vrijwilliger betrokken bij het werk van deze stichting, die bijna 15 jaar actief is in Nederland. Ruim 250 vrijwilligers leggen regelmatig bezoeken af binnen de gevangenissen en (niet te vergeten) hun familieleden. Graag wil ik iets meer vertellen over het bezoekwerk aan gevangenen.
            Wonderlijk hoe je leven soms kan lopen. Heb je altijd bewust voor iets gekozen omdat je dat wilde? Nee, soms komt er iets op je weg, je denkt er over na en vergeet het weer. Maar het komt weer voorbij, je oog valt ergens op in de krant, je hoort iets over een dorpsgenoot. Het laat je niet los. Wat doe ik ermee? Wat doe ik eigenlijk sowieso met mijn leven? Dat gegeven, die vragen blijven een tijdje sudderen, totdat er een jaar later in onze kerk een diaconale avond werd gegeven over het werk van Gevangenenzorg.
            Vóór ik de avond bezocht wist ik al: dit is voor mij! Op de avond zelf, waar ook een ‘ervarings-deskundige’ sprak, heb ik me opgegeven als vrijwilliger en in datzelfde jaar heb ik een cursus gevolgd van enkele avonden, waarin je enkele praktische handreikingen worden gedaan en achtergrondinformatie wordt gegeven over het systeem van justitie en wat je eventueel wel niet mag / moet doen.
            Toen justitie in 2003 een open dag organiseerde, zodat je (onder begeleiding) een deel van een gevangenis van binnen kon zien, heb ik me opgegeven. En zo kom je voor het eerst van je leven de gevangenispoort binnenlopen. Best indrukwekkend. Ook als je door de detectiepoort moet, en je alle metalen voorwerpen in moet leveren (horloge, riem, portemonnee, mobiel etc.), de grendels en sloten op verschillende deuren, de tocht door de gangen, het bezichtigen van een isoleercel en een standaardcel. Het is een heel ander beeld dan het ‘hotel’ waar je op sommige verjaardagen of in koffiepauzes over hoort praten ….
            Enkele maanden later was daar mijn eerste officiële bezoek aan een mij totaal onbekende gevangene. Alleen in een kamertje, de deur gaat achter je op slot. Als die nog vrij jonge jongen dan als eerste tegen je zegt dat hij zo zenuwachtig is, breekt dat toch wel het ijs ….! Hij heeft later zelfs nog een tekening aan me gegeven van zijn dochter.
            In de loop van vijf jaar heb ik even zoveel verschillende mensen bezocht, eerst in Zoetermeer en later in Krimpen aan den IJssel. Ieder met hun eigen verhaal. Sommige verhalen heel triest. Maar iedereen heeft zijn eigen achtergrond en geschiedenis, zijn familie of gezin, waarvan sommigen niet eens meer op bezoek willen komen ……
            De reden waarom iemand vastzit kan heel verschillend zijn. Dat kan variëren van diefstal tot fraude en van mishandeling tot moord. Meestal vertellen ze daar heel open over, ze weten heel goed wat ze fout hebben gedaan. Soms zijn er ook verzachtende omstandigheden. Anderen vertellen juist niets. Maar altijd zijn er problemen geweest die (mede) geleid hebben tot het uiteindelijk plegen van het delict. En die problemen worden alleen maar groter, omdat er geen inkomsten zijn en vrouw en kinderen achterblijven, soms zelfs het huis uit moeten.
            Ze kunnen wel wat verdienen door halve dagen te werken, voor € 12 per week, maar daar moeten ook de extra’s weer van betaald worden (televisie, magnetron, sigaretten, telefoonkaart). En als ze uit de gevangenis komen en geen huis hebben om in te wonen, kunnen ze ook geen uitkering krijgen. En zonder geld kunnen ze geen huis huren … Het is niet voor niets dat bijna 80% van alle ex-gedetineerden uiteindelijk weer terugkeert in de gevangenis.
           
            ‘En wat doe je daar dan?’ vraagt iemand wel eens aan me. Tja, eigenlijk kun je dat het beste samenvatten met het woord luisteren. Er zijn voor ze, af en toe iets praktisch doen, iets opzoeken voor ze, informeren op kantoor. Er zijn, ja, dat vooral …..
            ‘Ja, maar waarom dan, ze hebben toch zelf iets stoms gedaan? Het is toch hun eigen schuld?’ Natuurlijk, het is zo. Vaak. Toch worden deze mensen soms heel erg gemakkelijk veroordeeld, zonder dat men weet hoe en waarom iets gebeurd is, wat er aan voorafgegaan is. Hoe zouden wij reageren als we in hun schoenen stonden?
            Ik lees in de Bijbel hoe Jezus met mensen omging, dat het gaat om de mens achter de misdaad. Juist mensen aan de rand van de samenleving, de uitgestotenen, de ‘zondaren’, hebben onze aandacht, onze steun, onze ontferming nodig. Niet omdat wij beter zijn. Maar omdat zij het echt nódig hebben. Denk aan de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, die een naaste was voor de man die het op dat moment nodig had. Denk aan de moordenaar die naast Jezus aan het kruis hing. Het wonder van vergeving en verzoening was zelfs voor hem mogelijk!
            Zo lief had God ook ons. Zo lief mogen wij Hem hebben. En navolgen. Hem ontmoeten in onze medemens. In Mattheüs 25 kunnen we lezen hoe Jezus de ander ziet, echt ziet. En als wij onze naaste van een beker koud water voorzien, hem bezoeken in de gevangenis, te eten geven als hij honger heeft, dan doen we dat eigenlijk tegenover Jezus zelf.

            Ja, ik geloof in een beker koud water ….!

En hieronder een scan van een interview uit 2005 in het Reformatorisch Dagblad. Klik erop om dit beter te kunnen lezen.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen