Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).

vrijdag 29 november 2013

En rust is ook genade

Wat ik aan het doen ben?
Eigenlijk gewoon niets.
Ik zit hier, min of meer eenzaam, met mijn ziel onder mijn arm.
En ik mijmer mezelf door de dag heen, op weg naar de nacht.

Vanmorgen ging ik op weg in het duister van de morgen, die langzaam weggleed en geruisloos overging in een doffe grijsheid, waaruit elke kleur verdwenen leek.
Zelfs de afgevallen bladeren waren van alle kleur ontdaan.
Het oogde alles triest en leeg.


En ook vanavond bewoog ik mij ontheemd in het duister voort.
Ik poogde wel wat vage vlagen aan de hemel op te vangen, wat lichtheid van de wolken, voortgedreven aan de lege lucht, te vereeuwigen, maar het hield geen stand, bood geen houvast.

Ik ben het even kwijt.
Ik voel me wat verward.
Niet triest, niet depressief, niet uitgeput.

Maar van de leg.
Onthand.
Ontdaan.
Lichtelijk de kluts kwijt.
Eigenlijk eerder leeg.
Na een lange periode vol van spanning, kleur en leven.
Maar nog niet toe aan rust.
De spanning, de hectiek, die moet eerst nog even wegebben.
Betijen.
Ontladen.
Uitrimpelen in steeds wijdere kringen na de plons van het begin, toen alles ooit begonnen was.
Een ingehouden adem die net iets te lang is volgehouden.
Je snakt nog even naar lucht.
En hijgt van de inspanning.
Het tintelt door je aderen.


De winter komt.
De kaalheid.
Het verteren.
Het vergaan.
Het ontgroenen.
Het ontbladeren.
Het hergroeperen.
Het wachten.
Het oefenen in geduld.
Verwachten.



Een mooie tijd van orde scheppen in de chaos, leegruimen, zaaien, broeden, kweken van sfeer, herinneringen delven, denken aan de toekomst, brainstormen over plannen, goud zoeken, lezen in de diepte, woorden proeven.

Graven, spitten, grijpen, draaien.

Maar ook verstillen.
Tot rust komen.
Bijslapen.
Dwalen in het duister.
Stilte betrachten.
Wachten op het licht.
Verrast worden door het onverwachte wit.
Ontwaren van een geheel nieuwe wereld.

Maar nu.
Nu nog even niet.
Eerst anticiperen.
Acclimatiseren.
Temporiseren.
Verzamelen voor de winterslaap.
Beseffen dat er weliswaar nog zoveel moois is te ontdekken, te ontwaren, te ontwarren, te verlangen.
Maar nu nog even niet.
Het wacht wel.
En dat wachten, dat moet eerst matchen, met mijn wachten.
Samensmelten in geduld.
Vereenzelvigd worden in hoop.

Geen winterdipje, nee.

Een hazenslaapje.
Een middagdutje.
Bivakkeren bij een oplaadpunt.
Adem halen.
Het late licht uitzwaaien.
Opwarmen.
Een luchtje scheppen.
Op de uitkijk staan.
Met kloppend hart.
Wachten op de nieuwe morgen.
De toekomst komt er aan.
Maar zelfs de nacht heeft waarde.
En rust is ook genade.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten