Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).

maandag 17 december 2012

Advent?

Advent?
Is dat niet wachten op Kerst?
Is dat niet anticiperen op vrede op aarde?
Is dat niet de boel versieren en duizenden lichtjes ophangen en sfeer creëren en vreugde zoeken en gezelligheid maken en met zijn allen je stinkende best doen om het een beetje mooier en vrolijker te laten worden op deze aarde, in de allerdonkerste tijd van het jaar?
Is dat niet geloven dat het allemaal beter zal worden, ooit, later?

Advent?
Nee, dat is het niet.
Dat is het helemaal niet.
Dat is het allemaal niet.
Dat is wegkruipen.
Dat is ontkennen.

Advent, dat is wachten.
Wachten op de morgen.
Wachten op het licht.

Advent, dat is hartstochtelijk verlangen.
Advent, dat is bidden, tegen de klippen op.
Dat is verzwelgen in zwijgen.
Gelaten, in stilte.
Geladen, vol spanning.
Midden in de nacht.
Doortrokken van kou.
Overspoeld door vragen.

Weifelend.
Twijfelend.
Vertwijfeld.

Verontrust.
Fluisterend.
Eenzaam.
Verlaten.
Alleen.

Niet meer weten waar je het zoeken moet.
Honger.
Donker.
Angstig.
Verdwaald.
Op dood spoor.
Aan het eind van je Latijn.
Ver weg van huis.
Van God verlaten.

Advent is geen kitsch, geen lichtjesfestijn, geen glitter en glamour, geen vreten op aarde en in de magen een welbehagen. Dat is hol, dat is leeg, dat is nep, dat is namaak. Opgepoetste vreugde. Inhoudsloze jolijt.

Nee ....

Advent is wanhoop.
Los van de wereld.
Aan het eind van je leven.
Geen weg.
Niet weten.
Zonder uitzicht.
Zonder morgen.

Nu.
In de prut.
In de modder.
In het duister.
In de nacht.
Scherven.
Gebroken glas.
Ruine van je leven.

Schreeuwen in de stilte.
Je vuisten ballen naar de hemel.
Met schorre stem je eigen angsten overschreeuwen.

God ...
Waar bent U?
Waar blijft U?
Wat doet U?
Waarom doet U niks?
Ziet U het niet?

Geen antwoorden.
Stilte.
Een zwijgende hemel.
Natuurlijk.
Altijd.

Advent, dat is helemaal leeg zijn en het niet meer weten.
Advent, dat is geknakt zijn door het leven.
Advent, dat is wachten op de dood.
Advent, dat is diepe duisternis.
Advent, dat is geen woorden hebben.
Advent, dat is vechten tegen al je gevoelens.
Advent, dat is je verstand uitschakelen.

Advent, dat is lijden.
Advent, dat is gebrokenheid.
Advent, dat is een leeg hart.
Advent, dat is een kale wereld.
Advent, dat is diepe stilte.
Advent, dat is geen hoop meer.

Advent, dat is de deur op slot, met de sleutel aan de buitenkant.

Ja ...
Ja toch ...?
Of ...?
Zou ...?
Nee ...!

Misschien, zal, ooit, op een dag, iemand langskomen.
Heel misschien zal hij het zien.
Horen.
Weten.
Zou hij de sleutel zien.
En voelen.
Draaien.
Misschien ...

Eens.
Later.
Jaren later.
Als het beter worden zal.
Als het lichter worden zal.
Als het allemaal over zal zijn.
Als de dagen groeien.
Als het licht gaat lachen.
Als ...

Ja.
Het moet.
Wachten.
Wachten op later.
Er is altijd hoop.
Een beetje hoop.
Er is een sprankje licht, waardoor het duister opgemerkt kan worden.
Erkend moet worden.
Ondergaan moet worden.
Dwars erdoor heen.
Tijdelijk.
Langtijdelijk.
Pijnlijk.
Eindeloos.
Maar niet helemaal hopeloos ...

Ja.
Het zal.
Ooit.
Later.
Eens.
Komen.
Zeker.
Toch ...?

Misschien.
Want wij weten het niet.
Wij kunnen het niet.
Wij lijken wel wat.
Maar we kunnen niets.
Niets beters.
Dan schijn.
En onheil.
En schuld.
En schaamte.
Leegte.

Misschien.
Komt het morgen.
Het licht.
Het beetje licht.
Het sprankje hoop.
Een woord.
Een weten.
Een hulp van buitenaf.
Wie weet.
Is er meer.
Is er beter.
Is er anders.
Is er ooit.
Is er later.

Misschien.
Op een dag.
Een mysterie.
Een fantasie.
Een strohalm.
Een draad.
Een vonkje.
Een verhaal.
Een geschiedenis.
Een toekomst.
Licht aan de lucht.
Lucht in het leven.
Dwars door de dood.

Dwars.
Koppig.
Tegen beter weten in.
Toch.
Tegendraads.
Eigenwijs.
Vast en zeker.

Weifelen.
Twijfelen.
Aarzelen.
Speculeren.
Onderzoeken.
Vragen.
Denken.
Zwijgen.
Durven.

Verlangen.
Dromen.
Veronderstellen.
Inbeelden.
Uitbeelden.
Uitbouwen.
Opbouwen.
Onderbouwen.
Ondergraven.
Wankelen.
Weifelen.
Willen weten.
Willen geloven.

Want.
Misschien.

Toch ...?
Toch ...!
God ...?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen