Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).

maandag 28 mei 2012

Wandelen naar de toekomst

Dat je na een lange vermoeiende reis, vol van indrukken en ontmoetingen, vol van onverwachte wendingen in de weg, die verrassend nieuwe vergezichten op kunnen leveren, maar ook ogenschijnlijk onneembare hobbels, waar je niet zomaar langs- of overheen kunt klauteren, eindelijk je zwaar geworden last kunt afleggen in een bijna bewust verstopt café, er uitziend als een knusse, ouderwetse herberg, en kunt gaan zitten op een stoel en je benen strekken, stijf en vermoeid, stoffig en bezweet.

Dat je dan een warme drank krijgt aangeboden, een stevige maaltijd kunt nuttigen en het stof van je lichaam kunt spoelen met de hulp van stromend water en reinigende zeep.

Dat je dan zomaar rondom het open vuur van de haard een diepzinnig gesprek kunt krijgen met voor jou totaal onbekende mensen, toevallige passanten, ook hun verleden achter zich latend en op weg naar de toekomst, even op adem komend in deze verstilde pleisterplaats, maar wel elkaar voor enkele uren in het hart kunt kijken, gedeelde interesses en idealen bemerkt, ja zelfs diepere inzichten in het leven. Iets proeven mag van onverwachte vriendschap, gezamenlijk verlangen en een ontvangen vertrouwen in de haalbaarheid van het ooit concreet worden van dat verlangen.

En dat je dan op een zacht bed, verzadigd, verwarmd, verheugd, maar uitgeblust, de slaap mag vatten, onwetende dromen ontvangt en lichamelijke rust, zodat je 's morgens verfrist ontwaakt bij het lichten van de morgen en het fluiten van de vogels, terwijl al je ledematen protesteren en kraken, toch weer de krachten voelt om deze dag weer af te reizen naar het hogere, verre, maar onbekende doel dat voor je ligt.

Dat je na een uurtje gezamenlijk de tocht weer aan mag vangen, bemoedigd, vervuld van hoop, gedreven en vastberaden. De veilige haven weer verlaten moet worden voor de reis die wacht. Bepakt en bezakt met proviand en levend water voor onderweg, niet alleen voor jezelf en de anderen, maar ook voor allen die je onderweg ontmoeten mag en die het harder nodig hebben, die op je gewacht hebben in geloof, die naar je gestuurd zijn met zachte hand.

Dat de zon weer kracht krijgt, als een belofte, als een bescherming, als een baken overdag.

Dat.

Dat dus.

Dat dus is een beeld van de gemeente van Jezus Christus in de laatste dagen, dat door mijn hoofd gaat, bij vlagen, bij herhaling, als beeld, als metafoor.

De wandelaars in de geest van Pinksteren.
De zwervers, die Hem volgen, die de basis heeft gelegd en die alvast vooruit ging.
De pelgrims, zonder tempel of vaste woon- of verblijfplaats, voortgedreven naar wat komen zal, maar wat hier en daar, zo af en toe, al een beetje, omfloerst, verborgen, bijna bewust verstopt, zichtbaar lijkt te worden. In de verte. Vaag. Soms.

Maar wel verwachtingsvol.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen