Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).

zaterdag 26 mei 2012

Aandacht

Heer van het nieuwe koninkrijk, ik nader tot uw troon van aandacht. Met woorden en met zinnen. Met stilte in de nacht. Met mijn verlangens en dromen, met mijn overdadige daden en mijn ongeziene tekorten. Met wat ik doe, zoals ik ben. Hier ben ik. Helemaal.

Ik weet dat u geduldig naar mij luistert. Dat u mijn aandacht wilt. Contact. Communicatie. Bij elkaar zijn. De dingen van de dag doornemen. Het stof van mijn voeten schudden. De zorgen in het licht van uw ogen brengen, zodat ze wegsmelten als sneeuw voor de zon. Mijn tekortkomingen benoemen, zodat ik ze weer eens helder voor ogen krijg. Dat u dan laat merken: morgen is er toch weer een dag? Begin opnieuw. Telkens weer.

Het doet me goed dat u mij al kent, maar toch bij mij wil blijven, mij aandacht geeft en warmte. Bemoedigingen om door te gaan. Soms aansporingen. Of juist mij afremt in mijn al te voortvarende gedrevenheid.

Dat u mij vraagt om meer en meer alles los te laten. Over te geven. Te benoemen, met naam en toenaam. Heilige huisjes. Perfectionisme. Nieuwsgierigheid. Terugtrekgedrag. Overlopend activisme. Te veel hooi op tien verschillende vorken. En zo.

Ik realiseer mij dat u telkens door mijn aandacht trekt, ook als ik niet aan u denk, of u juist poog te ontlopen. Als mijn aandacht afgeleid wordt door overbodigheden en pietluttigheden, het nieuws dat morgen al weer oud is, de waan van de dag, en al die interessante onzin dingen. Leer mij bewust te zijn van alle door u gezonden signalen. In de natuur, door uw licht, door de nacht, door de gesprekken en interacties met andere mensen, die dichtbij mij staan, of verder weg. Door woorden, die nog werken. Door gedachten, die mijn ziel tot u opheffen.

Ik weet dat u mij leren wil. Vormen en kneden naar het beeld dat u voor ogen staat. Dat ik ook best wel eigenwijs kan zijn. Wegloop. Voor de confrontatie. Pijn kan dat doen. En toch is pijn niet het doel, ik weet het, ik besef het. Ik vertrouw erop dat u het doel voor ogen hebt, wat ik niet kan overzien. Lastig, ja, soms heel lastig. Want dat moet mij geduld leren. En vertrouwen. Overgeven. Loslaten. Geloven. Zien wat niet te zien is.

Dank u wel, Bedenker van de liefde, dat u mij op het oog heeft gehad, gemaakt en geweven hebt, gevormd en bezield, getrokken uit de klei, beademd door uw lichte geest. Geplaatst in de lijn van generaties. Deel van een groter geheel, maar belangrijk genoeg om volkomen uniek te zijn. Dank voor uw grote, onbegrepen en te vaak genegeerde liefde. De hand die u reikt, het licht dat u gunt, de basis van alle leven.

Adem vol rijke adem, ik vraag u om wijsheid, hoe in het leven te staan, om te gaan met alles wat ik tegenkom, iedereen die ik ontmoet. Openheid en kwetsbaarheid, overgave, luisterende aandacht. Maar dan toch ook zelfbescherming, de mogelijkheid mi terug te trekken om mezelf te zijn, mij op te laden, tot rust te komen, de dagelijkse omgang met u. Wijs mij de juiste balans tussen die twee. Want ik ben ik, maar ik ook deel van een groter geheel, een netwerk. Een gezin, een werkplaats, een gemeente van zoekers en tobbers, eenzamen en verontrusten, flierefluiters en losbollen, materialisten en idealisten. Leer mij te leren in ontvangende zin, ter verdieping en verrijking, leer mij ook te leren in onderwijzende en coachende zin, verworven inzichten over te dragen aan hen die maar horen willen, die het nodig hebben.

Leer mij tot tien te tellen, of tot duizend, voortdurend. Secundair te reageren in plaats van primair. Te kijken, met aandacht, met afstand, met mededogen, voor ik een oordeel uitspreek. Als ik al een oordeel, een beoordeling moet geven. Leer mij uw schepping te bezien en te bewonderen, uw schepselen te accepteren en te erkennen in hun verscheidenheid en veelkleurigheid. Ook daar kan ik weer van leren, omdat het mijn eigen referentiekader relativeert. Dank voor uw wijze levenslessen in woorden, cultuur en natuur.

Heb dank, Bron van leven, dat u het leven geeft en onderhoudt, dat ik het mocht ontvangen, het mag ondergaan. Dank dat de dood van uw zoon, ons ook heeft gewezen van een ander leven, een andere weg, een diepere waarheid, een ongelooflijke opstanding uit het dode, alledaagse, uit het laag bij de grondse, uit het beperkte, gelimiteerde leven op deze aarde, hoe mooi en wonderlijk ook gemaakt. Dank voor het uitzicht dat hij bood, de redding en verlossing die hij aanbiedt, ook nu nog. Verlichtend, vergevend, verhogend, vernieuwend, verdragend. Vol van hoop en liefde, ontvangen door geloof.

Bepaal mijn aandacht, Meester van wijsheid, op uw werkwijze. Niet door kracht, al bent u Kracht. Niet door overdondering, ambitie, macht en glorie, al bent en hebt u dat allemaal. Maar door zachtheid van woorden, fluisteringen in de stilte, onmogelijke liefde, zorgvuldige zwakheid, bewogen teerheid, tranen en gebrokenheid. Door wonden en pijn, door verdriet en dood. Tegendraadse uitweg uit het lijden van de wereld. Onbegrijpelijk en onnavolgbaar. Wonderlijk gewerkt door een onzichtbare geest, in plaats van door een krachtig, stampend, werkend, puur lichamelijk lichaam.

Dank voor uw zenuwcentrum, voor uw bloedsomloop, voor uw ademhaling, voor uw waterhuishouding.

Dank u voor de slaap, de rust, de overpeinzing en bedachtzaamheid, de reflectie en bewogenheid, de liefde die mij vormde en leiden wil, elke dag, elk kostbaar moment van de dag.

Dank voor uw aandacht, telkens weer, altijd door, nooit tevergeefs. Niet altijd zichtbaar of te ervaren. Maar in eeuwigheid te vertrouwen.

Dank voor Wie u bent. Dank voor wie ik ben. Dank voor wie ik ben in u.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen