Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).

zaterdag 17 september 2011

Zegenen

My Presence will go with you, and I will give you rest. (Ex. 33 : 14)
Wij Nederlanders zijn een land van zeurpieten en zijkerds. Op alles en iedereen hebben we kritiek. Nooit is iets goed, het kan altijd beter, het moet altijd anders. Vol van kritiek, vol van sarcasme.

Zo staan we bekend in het buitenland. De betweters. Het kleine landje met de grote mond en het wijzende vingertje.

Eigenwijs.

En tegenwoordig lijkt het nog een graadje erger te worden. Het laatste restje fatsoen, het dunne laagje vernis van de beschaving lijkt verdwenen te zijn. Als je tenminste de reacties op sommige krantenberichten naleest. Of een foutje maakt in het verkeer. Of 's lands politieke debatten in deftige vergaderzalen gadeslaat. Of na het weekend hoort van weer dodelijke slachtoffers van zinloos geweld, grove overvallen, schietende politieagenten.

Natuurlijk, het zijn incidenten, uitschieters, en dan nog niet bij alle mensen, maar bij sommigen, enkelingen, groepen, criminelen, in dronkenschap. Maar het geeft wel een beeld van nu. Ook een beeld van een verschuiving in fatsoen, etiquette, beschaving, korte lontjes, alles-moet-kunnen, waar-bemoei-jij-je-mee-mentaliteit.

In de Bijbel kom je een ouderwets woord tegen, wat nu niet meer gebruikt wordt, het woord zegen. Een beetje moeilijk om te vertalen naar hedendaags Nederlands. Maar het viel me onlangs weer eens op wat een positieve lading dat woord heeft. Het wordt gezegd over God, die een zegen over mensen uitspreekt, wat al bij Abraham begint, maar het wordt ook benoemd om iets uit te drukken van onze wens naar God toe. Het wordt gebruikt op het sterfbed van o.a. Izak en Jacob, meegegeven als een diepe wens, een rijke belofte aan de eigen kinderen, voor dit aardse verwisseld wordt voor het eeuwige leven.

Zouden wij ons niet meer moeten verdiepen in de rijkdom van de zegen? De zegen meer naar elkaar moeten uitspreken? Als een wens voor onze familieleden en vrienden, als een gebed voor degenen die we ontmoeten op onze levensweg, als een verlangen om God de eer te geven, te betrekken bij alles wat we doen?

Om ons leven in Zijn hand te leggen, dag aan dag, moment na moment. Gedragen door Zijn zegen over ons leven. Vervuld van een diep verlangen om anderen in ons leven te zegenen met liefde en compassie en betrokkenheid.

Niet schelden, niet zeuren, niet vloeken, niet overal over ouwehoeren, plat gezegd. Maar het positieve zien in alles wat gebeurt, in de ander, in God die met ons meeloopt. Biddend leven. Genadig wandelen. Vertrouwend voortgaan. Van boven ontvangend, onze handen open, naar buiten toe onze handen zegenend opheffend, en weer naar boven, de eer en glorie en aanbidding omhoog.

Dichtbij Hem blijven, dicht bij elkaar, dicht bij onszelf.

Zou de wereld erdoor veranderen? Zouden wij erdoor veranderen?

Zegen ons Heer, want U bent gezegend, en maak ook ons tot een zegen voor de mensen om ons heen ...!
De HEERE zegene u, en behoede u! De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig! De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede! (SV, zegen van Aäron, Num 6 : 24-26)
Besef goed, vandaag stel ik u voor de keuze tussen zegen en vloek. (Deut. 11 : 26) 
HEER, zie vanuit uw heilige woning in de hemel neer en schenk uw volk Israël en het land dat u ons hebt gegeven uw zegen, zoals u onze voorouders hebt gezworen; zegen dit land van melk en honing.’ (Deut. 26 : 15)
Bij u, HEER, is redding, uw zegen rust op uw volk. (Psalm 3 : 9)
God, wees ons genadig en zegen ons, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen. (Psalm 67 : 2)
Zegen de HEER, u allen die de dienst van de HEER verricht en in het huis van de HEER staat, nacht aan nacht. (Psalm 134 : 1)
Alleen de zegen van de HEER maakt rijk, zwoegen voegt daar niets aan toe. (Spreuken 10 : 22)
Vergeld geen kwaad met kwaad, en als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug; zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt, want daartoe bent u geroepen. (1 Pet. 3 : 9)
De God nu aller genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, nadat wij een weinig tijds zullen geleden hebben, Dezelve volmake, bevestige, versterke en fundere ulieden. (SV, 1 Pet. 5 : 10)

1 opmerking:

  1. Zegent en vervoekt niet, inderdaad. Daar moet onze mond vol van zijn!

    BeantwoordenVerwijderen