Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).

zondag 28 augustus 2011

Leven

Als je in de natuur om je heen kijkt, de openlijke en verborgen wonderen leert kennen, dan krijg je steeds meer respect voor de Bedenker van al dat moois. Laten we zeggen, een Kunstenaar die alles groots heeft opgezet, maar ook heel erg oog heeft voor detail. Details die wij in ieder geval niet met ons blote oog kunnen waarnemen. En elke soort, van plant en boom, tot vissen en vogels en welk dier dan ook, in velerlei variëteit. Meesterlijk, zonder meer. Een mensenleven is gewoon te kort om alles te kunnen ontdekken of onderzoeken.

Je ziet ook patronen terugkeren. De manier van voortplanten bijvoorbeeld. Van de menselijke zaadcel en eicel, het leggen en uitbroeden van eieren, tot het zaadzaaiende in de plantenwereld, kruisbestuiving, tweeslachtigheid, etc. Waarbij zelfs de dierenwereld de plantenwereld hier en daar te hulp schiet, denk maar aan de bloem en de bij.

Een mooi, onbegrijpelijk en wonderlijk voorbeeld van de voortplanting is het zaad van bloemen, planten en bomen, wat in de herfsttijd van de drager valt, zich door regen en wind laat verspreiden, een kale en koude winter overleeft in de grond, en langzaam in de lente, door de stimulerende invloed van zon en de regen, weer de kop opsteekt. Zichzelf tevoorschijn bloeit.

Als niet-bioloog kan ik mij daar nog steeds over verbazen. Er zal best een natuurkundige, wetenschappelijke ‘verklaring’ voor zijn, maar ik snap het niet. Ik kan er met mijn pet niet bij. Hoe er uit dood, leven kan ontstaan. Hoe een klein zaadje kiemkracht bevat. Hoe het leven de grond uitbarst, in kleuren en geuren, in duizendvoud.
God zei: ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De derde dag. (Genesis 1 : 11-13)
En zo blijft de cyclus van het leven op aarde al duizenden jaren in stand, van generatie op generatie, van geslacht op geslacht. En we lopen er vaak genoeg achteloos aan voorbij. Of er zijn mensen die er juist aan gaan sleutelen. Omdat ze een andere kleur willen, of omdat ze willen dat het sneller groeit, meer oplevert, minder ziektekiemen bij zich draagt. Je houdt je hart vast. Hoe lang gaat dat goed?
Sleutelen aan het volmaakte is willen worden als God en waar heb ik dat meer gehoord?


Als we de Bijbel lezen, dan is het opvallend hoe vaak Jezus het over het zaad heeft. Verschillende keren neemt hij het als voorbeeld om een gelijkenis te vertellen. Hij gebruikt het beeld uit het dagelijks leven van toen, waarin men nog meer dan nu afhankelijk was van de oogst voor het dagelijks voedsel, om er iets anders mee te verduidelijken. Hij vergelijkt het beeld van het zaad om er een boodschap mee over te dragen, als metafoor voor de diepere betekenis van het koninkrijk van God. Het koninkrijk dat er al is, het koninkrijk dat nog komt.
Het zaad is het Woord van God. (Lukas 8 : 11)
 Het zaad in de vruchtbare grond, dat zijn zij die met een goed en eerlijk hart naar het woord hebben geluisterd, het koesteren en door standvastigheid vrucht dragen. (Lukas 8 : 15)
Dat is makkelijk gezegd en we lezen er makkelijk overheen, maar dat gaat in feite wel door de dood heen. Want zoals een zaadje in de natuur eerst moet ‘sterven’ in de grond, voor er leven tevoorschijn kan komen, voor de kiemkracht zijn werk kan doen, zo is dat ook in geestelijk opzicht het geval. Dat is een diepe, radicale en ernstige boodschap, die je niet zomaar naast je neer kunt leggen.

Het betekent dat je alles van jezelf over moet geven, los moet laten, niet alleen je bezittingen, al de dingen die je claimt of vast wil houden, maar zelfs jezelf, je eigenste ik. Je valt neer voor de allerhoogste God en buigt in het stof om je aan Hem te onderwerpen. Voorgoed. Op hoop van zegen.

Pas als jij leeg bent van jezelf, kan Hij je vullen met Zijn Geest. Pas als je het alleen van Hem verwacht, achter Hem aan gaat, Hem volgt waar Hij ook zwerven zal, kan Hij je leiden, voorgaan, en wijzen de weg die je moet gaan.
Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden. (Matteüs 16 : 25)
Je moet dus sterven aan jezelf. Je eigen leven afleggen. Overgave, dat kost je jezelf. Het geloof in God is het middel hiertoe, geschonken door genade en tegelijkertijd een daad van je diepste zelf. Maar je krijgt er ook genade voor terug. Leven in overvloed. Niet perse in dit leven, maar wel in het toekomende. Dat is een belofte. Maar ondertussen ben je als een schaap wat de herder volgt, als een wijnstok wordt je gevoed door de Geest en draag je vrucht voor Hem.

Hoe dat kan? Waarom dat mogelijk is?

Doordat Hij die zichzelf meerdere malen het Leven noemt, Zijn leven vrijwillig heeft afgelegd voor ons. Hij ging de dood in. Maar kwam ook terug. Stond op. En daarom kon Hij leven geven. En daarom mogen wij het ook van Hem weer ontvangen.

Ongelooflijk. Onuitsprekelijk. Geen woorden voor.

Dat gaat heel diep. Dat is absoluut niet oppervlakkig, niet goedkoop, niet gemakkelijk. Het is gratis, jawel, maar de prijs is wel betaald. Zo diep daalde God af. Durven we ook daarin achter Hem aan te gaan? 
Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood? We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding. Immers, we weten dat ons oude bestaan met hem gekruisigd is omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven: we mochten niet langer slaven van de zonde zijn. Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Wanneer wij met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met hem zullen leven, omdat we weten dat hij, die uit de dood is opgewekt, niet meer sterft. De dood heeft geen macht meer over hem. Hij is gestorven om een einde te maken aan de zonde, voor eens en altijd; en nu hij leeft, leeft hij voor God. Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God. (Rom. 6 : 3-11)
Dat is de diepste boodschap van de Bijbel, de uitgestoken hand van God, die door de dood heen leven geeft, door de dood van Zijn eigen Zoon heen, maar ook door onze dood heen. Wij moeten het overgeven vóór we zelf sterven. Opdat we zo behouden zouden worden.

Zo ga je de Bijbel anders lezen. Zo ga ja anders naar de natuur kijken. Naar nieuw leven.

Zo ga je anders leven. Niet meer voor jezelf. Maar voor Hem. Vervuld van Zijn liefde. In vuur en vlam gezet door Zijn Geest. Stilgezet om in beweging te komen.

Geworteld in Hem, om zo vrucht te kunnen dragen. Levend zaad.
Breng dan vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn. (Lukas 3 : 8)
Wonder van nieuw leven. God van wonderen.
I have been crucified with Christ and I no longer live, but Christ lives in me. The life I live in the body, I live by faith in the Son of God, who loved me and gave Himself for me. (Gal. 2 : 20)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen