Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).

zondag 21 augustus 2011

Hidingplace

Afgelopen week twitterde ik een tekst uit Jesaja 45, waar in vers 15 staat:
Truly, You are a God who hides himself.
Prompt werd de tweet geretweet. Klinkt niet echt Hollands, ik weet het. Maar voor de niet-twitteraars, dat betekent dat één van mijn volgers, het bericht doorstuurt (retweet) aan zijn eigen volgers. En die kreeg weer een tweet terug. 'Anders gezegd: Hij bestaat niet.'

Kijk, dat bedoelde ik nou net niet.

Het Engelse woord 'hide' betekent verbergen, verstoppen. Het is er dus wel, maar je ziet het even niet. Het is aan het oog onttrokken. God is aan het oog onttrokken. Zie ook mijn eerdere blogbericht over 'God-hides-in-plain-sight'.

Het is een klaag-psalm-achtige uitroep, dit citaat uit Jesaja, zoals er ook een vergelijkbare in Psalm 10 : 1 staat.
Why, o Lord, do You stand far off? Why do you hide Yourself in times of trouble?
Ik heb dat citaat genoemd, omdat ik mij identificeer met mensen die worstelen en twijfelen. Die wel geloven, maar door een moeilijke tijd gaan. En die hun twijfel, hun wanhoop, hun gevoel van verlatenheid vervolgens onder woorden brengen. Het uitroepen naar God.

Toch.

Omdat ze weten, voelen, geloven: Hij is er wel, maar Hij hoort me niet, is me vergeten. Hij heeft Zich verstopt. Ze blijven dus wel geloven, maar hun gevoel, hun verstand zegt iets anders.

Die worsteling, die zullen we allemaal wel kennen, meegemaakt hebben, of een keer gaan meemaken. Omdat het leven niet altijd over rolletjes gaat. Het is een wetmatigheid, er is gebrokenheid, ieder huis heeft zijn kruis ... Het kan even duren, het kan heel lang goed gaan, maar bereid je voor op 'de kwade dagen'.

En dan lijkt God ver weg te zijn. Komen de waaroms naar boven. Voelen we ons onbegrepen. Verlaten. In de steek gelaten. En dat doet pijn. Dat veroorzaakt twijfel.

Dat is moeilijk, dat is hartverscheurend als je het bij iemand ziet, uit iemands mond hoort. Je staat er machteloos bij. Je hebt geen antwoord. Er zijn ook geen antwoorden, zeker geen goedkope ...

En toch.

Toch roepen mensen in hun nood, hun verdriet, hun pijn. Tot God. Ze bidden, zelfs als ze niet geloven dat Hij bestaat.

Wat is dat? Zo basaal? Zo uit de diepte? De profundis?
Out of the depths I cry to You, o Lord; o Lord, hear my voice. Let Your ears be attentive to my cry for mercy. (Psalm 130 : 1, 2)
Ja, God verstopt Zich. Verbergt Zich. Hij is niet te zien, te vinden. Geen antwoorden, geen hoop, geen troost, geen genezing, geen redding. De bodem onder je bestaan vandaan. Vallen in een vrije val. Geen lucht, geen uitzicht, geen doorzicht. Helemaal op jezelf teruggeworpen. Alleen.

En toch.

Toch is dat maar een kant. Onze kant. Onze hand die niet kan grijpen, onze ogen die niet kunnen zien. Omdat we mens zijn. Beperkt. Te kort schietend. Hulpeloos. Kwetsbaar. Als het er op aan komt.

Als we de Bijbel goed lezen, komen we veel van dit soort situaties tegen. Radeloze mensen, klagende uitroepen, waarom-vragen, opmerkingen zoals die van Job, 'had ik maar nooit geboren geweest'. Ik heb er al eerder over geschreven op dit blog, onder de titel 'Woestijnervaring (1)' en 'Woestijnervaring (2)'.

En toch ... ik wil absoluut niets bagatelliseren, maar er is ook een andere kant. Er is ook hoop. Waar wij niets zien kunnen, daar mogen we ook weten dat God wel alles ziet. Alles, letterlijk alles. Er is geen hoekje in ons hart, geen probleem in ons leven, geen traan in onze ooghoek die Hem ontgaat. Hij weet ervan. Dat mogen we weten, dat mogen we geloven, daar mogen we op vertrouwen. Altijd.

Dat is niet goedkoop, dat is ook geen dooddoener, geen vrome praat. Het is de werkelijkheid. Maar het is wel een werkelijkheid die wij niet zien en ervaren, juist niet op dat moment. Het lijkt er niet op. In de verste verte niet.

En toch ... je hebt van die spiegelruiten in winkels. Waar je jezelf in kunt zien. Waarvan je soms hoort dat ze gebruikt worden om in de winkel te kunnen kijken, door beveiligingspersoneel. Jij denkt dat je jezelf ziet, maar anderen kunnen jou zien, zonder dat je het door hebt. Zo hebben wij thuis ook een screen ophangen aan de zuidkant van het huis. Als de zon schijnt, laten we die zakken. Als je buiten loopt kun je niet naar binnen kijken. Maar sta je in huis, dan zie je iedereen buiten wel lopen.

Zo is het ook met God. Hij lijkt de Afwezige, de Onzichtbare. Omdat wij 'buiten' lopen. In onze werkelijkheid. Maar van 'binnen' uit kan Hij ons wel zien, waarnemen, meevoelen.

Hoe moeilijk het ook mag zijn in ons leven, Hij weet ervan. Maar het komt er op aan of we Hem vertrouwen, op dat moment, in die situatie, onder die omstandigheden. Juist dan. Heel specifiek dan. Omdat het er dan op aan komt. Denk aan Petrus. De omstandigheden, de onmogelijkheid, het water zijn niet bepalend voor je geloof, maar of je op Hem vertrouwt.

Jij kunt niet op water lopen. Natuurlijk niet. Niemand kan dat. Niemand kan iets doen uit zichzelf. Pas als we daar achter komen, kan God ons gebruiken. Pas als we helemaal leeg zijn, kan Hij ons vullen. We hebben zo'n neiging, zo'n drang om alles in de hand te houden, zelf te willen doen, tot het eind toe. En dan wellicht nog God's zegen erover vragen. Maar Hij wil juist dat we vanaf het begin, bij alles, altijd, op Hem vertrouwen, van Hem afhankelijk zijn, ons leven, onze plannen, onze scenario's bij Hem inleveren, aan Hem uitleveren, totaal opgeven, overgeven, uit handen geven. Dan kunnen we ook door Hem gebruikt worden, in Zijn plannen, tot Zijn doel.

Ook, misschien wel juist in die situatie van uitzichtloosheid, aan het eind van je Latijn zijn, als alles je uit handen is geslagen. Dat is geloven, dat is jezelf overgeven. Rücksichtlos. Zonder voorwaarden.

Moeilijk? Jazeker. Maar ook: essentieel, cruciaal! Dan komt het er op aan. Begrijp je dan alles? Nee, zeker niet! Ben je het met de situatie, de omstandigheden, de uitkomst, de toekomst eens? Nee, dat denk ik ook niet. Maar met je vragen, je niet-begrijpen, je onzekerheid, je machteloosheid, met heel je hebben en houden, met je aan de grond genageld staan, mag je wel naar Hem toe, je nood en je vragen uitschreeuwen, je tranen laten lopen, je handen uitstrekken. Al je onzekerheid mag naar dat Adres. Wankelend en struikelend mag je voor Hem neervallen.

Stil worden.

Geloof je in het licht als het aardedonker is om je heen? Geloof je dat het morgen licht wordt, dat de zon weer opgaat, als je 's avonds je bed instapt? Het is niet zo moeilijk om in de Zon te geloven, als je Hem ziet, de warmte voelt. Maar als het donker is? Weet je het dan nog zeker?

Maar heb je een andere keus? Heb je een ander adres? Weet je waar je het anders zou moeten zoeken?
You never know how strong you are, until being strong is the only choice you have.
Kun je dat dan, vanuit jezelf sterk zijn? Ik ben bang van niet. Ik weet het eigenlijk wel zeker. Maar, dan kom ik toch weer met het steeds herhaalde refrein 'en toch'. Er staat niet alleen in de Bijbel dat God Zich verstopt. 'Hiding'. Maar er staat ook nog zoiets moois, zo wonderschoon, zo diep vertroostends in, dat je het er koud en warm tegelijk van kunt krijgen. Hetzelfde woord, maar met een ander woordje erbij, krijgt het een hele andere, rijke, veelbetekenende diepgang.
You are my Hidingplace. (Psalm 142:6; 61:4; 62:8,9; 71:7)
Het komt op veel plaatsen voor, met name ook weer in de Psalmen. Een Schuilplaats. God de Schepper, de Almachtige, Hij ontfermt Zich ook over hen die tot Hem vluchten. Je kunt schuilen en je bij Hem verstoppen, voor als het donker, moeilijk en hartverscheurend is, stormachtig weer, schokkende tijden. En zo betere tijden afwachten. Tot het weer licht wordt, en rustig, de storm gaat liggen.

Het is nog sterker, nog troostrijker. 

Je bent namelijk geborgen in Hem. Voor altijd. Geborgenheid is een woord dat niet veel meer gebruikt wordt, maar het drukt iets uit van warme, veilige bescherming. In Psalm 91 wordt ook iets gezegd over dat schuilen onder de vleugels van de Allerhoogste. Zo teder.

Het brengt mij op het beeld van een ongeboren baby in de moederschoot, de veilige, warme, beschermende, alle geluiden en invloeden van buiten afdempende minihuisje van liefde. Waar je langzaam en verwachtingsvol kunt groeien.

Tot de tijd rijp is.

Tot jij rijp bent.

Een vrucht van God's onuitsprekelijke liefde. Een bijzondere vlinder, die uit een cocon kruipt, zijn vleugels ontvouwt, knipperende ogen tegen fel zonlicht.

Verwachtingsvol, het Leven tegemoet. De toekomst. Vliegend met vleugels van hoop. Naar de andere kant van de Spiegel.

Alle antwoorden tegemoet.

Maar, tot die tijd, voor dat moment, dan komen de barensweeën. En die zijn langdurig. En pijnlijk, dat hoef ik niemand uit te leggen. Als je je realiseert wat dat aan pijn, aan bloed, aan zweet, aan tranen kost, dan zou je het liefst weer terug willen kruipen. Maar dat kan natuurlijk niet ...

Elke geboorte gaat door pijn heen. Dat is geen troost, maar dat is wel de realiteit. En die zullen we toch moeten accepteren. Ondergaan. Tot het Licht doorbreekt. Pas dan is er nieuw Leven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen