Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).

woensdag 27 juli 2011

Eiland


Een eiland is een stuk land, compleet door water omgeven. Zo is de Alblasserwaard, samen met de Vijfheerenlanden ook een eiland, weliswaar een groot eiland. En uiteraard op enigerlei wijze altijd wel bereikbaar. Bruggen, tunnels, ponten brengen de verbinding tot stand tussen het ene en het andere eiland, of tussen het eiland en de vaste wal.

Van oudsher is een eiland ook een op zichzelf staand woon- en leefgebied, dat niet al te veel wordt beïnvloed door de omgeving, al is ook dat de laatste jaren wel minder geworden, met alle moderne communicatiemiddelen. Er is een zekere nivellering gekomen, waardoor we allemaal wat meer op elkaar zijn gaan lijken.

Maar toch, het heeft iets. Zelfs een onbewoond eiland heeft aantrekkingskracht. Er zijn boeken over geschreven, films over gemaakt. Waarbij overigens al snel blijkt dat het verlangen naar stilte, afzondering en eenzaamheid niet zo idyllisch blijkt te zijn als gewenst werd. Denk aan Godfried Bomans, die de stilte niet aankon. Het paradijs ligt achter ons. En een mens is toch een sociaal dier. Hij heeft andere mensen nodig om te functioneren. Om mee te communiceren. Om desnoods ruzie mee te zoeken. Om lief te hebben.

Ik kom op het beeld van een eiland door het nieuws van de afgelopen week. Het verschrikkelijke gebeuren op het eiland Utoya in Noorwegen, met de tientallen slachtoffers. Daar zag je dat het eiland een gevangenis werd, waar mensen, kinderen nog, de dood bijna niet konden ontlopen.

Maar het beeld van het eiland heeft ook te maken met de hoofdpersoon achter de aanslag, Anders Behring Breivik. Inmiddels een over de hele wereld bekende naam. Enkele dagen daarvoor nog een eenling, een op zichzelf wonend individu, waar weinig mensen aandacht aan schonken. Er komen heel veel vragen boven over hoe en waarom hij deze aanslagen in zijn eentje heeft kunnen voorbereiden, plannen en uitvoeren, zonder dat iemand het heeft opgemerkt.

Maar ik wil het beeld, de metafoor van het eiland, graag breder trekken.

Want eigenlijk is ieder mens een eiland. Weliswaar verbonden met andere eilanden en het vasteland, door bruggen, tunnels, veerponten, luchtbruggen. En niet te vergeten door wederkerige communicatiemiddelen. Maar toch, in essentie een eiland, een eenling, een individu. Een op zichzelf staand, zichzelf bedruipend, zelfstandig functionerend, zelfvoorzienend individu.

Ego. Ik. Zelf.

Laten we eerlijk zijn. Wie kent onze diepste gedachten? Onze geheimen wellicht? Wie zijn we als niemand kijkt, als we helemaal alleen thuis zitten. op ons bed liggen, als we tijdelijk verlaten zijn door alle anderen om ons heen? Eenzaam of bang of 'cool' wellicht, maar dan, nog verder, nog dieper? Zijn we wel eens bang van onszelf, onze eigen gedachten, onze diepste gevoelens?

Naakt, nat en schreeuwend vallen we de koude, kille wereld binnen, als we de veilige, warme, gedempte moederschoot moeten verlaten. Koud, harde geluiden, vreemde handen, bizarre handelingen. Maar al heel snel wordt het een veilig, zacht. knuffelend pamperleventje, bestaande uit alleen maar eten en slapen.

Langzaam, heel langzaam, komt er contact, non-verbale signalen, communicatie, taal, input, output. Je leert lopen, praten, lezen, leren, leven. Je kleine, veilige wereldje wordt steeds groter. Meer en meer mensen leer je kennen. Je leert wat samen is. Samen is meer dan alleen

Met vallen en opstaan. Want samen is lastiger dan ik. Want goed kan ook fout gaan. Want alles kan ook zeer doen. En dan heb je ook nog dat verschil tussen jongens en meisjes ...

Eigenlijk is het een wonder dat we normaal op kunnen groeien, volwassen worden. Dat de cyclus van het leven doorgaat, trouwen en kinderen krijgen. Als je ziet hoeveel dingen er niet goed kunnen gaan, als je weet hoeveel fouten er gemaakt worden, hoeveel dingen er scheef kunnen groeien, hoe gebrekkig communicatie soms kan zijn, hoe individualisme ook egoïsme kan worden.

Het kan pijn doen, het kan wonden veroorzaken, littekens brengen. Je jeugd is bepalend voor de rest van je leven. En dan hebben we het nog niets eens over pestgedrag, scheidingen, ontsporingen, verkeerde vrienden en wat er nog meer te koop is op de markt van vrije wil en eigen keuzes.

Je wordt gevormd. Of misvormd. Of gekwetst.

Maar je blijft uniek.

Want jouw eiland vormt zich, vult zich, je bouwt er zelf op, verzamelt, sloopt, er groeien mooie dingen op. Het is van jou. Je bent het zelf. Je gevoelens, dromen en verlangens. Je kennis, je pijn, je wonden. Je referentiekader, je wereldbeeld. En er zijn lijntjes naar buiten, die je naar believen kunt onderhouden, afweren, doorknippen. Je ware ik groeit hier, of je het nu wel of niet doorhebt, of je nu wel of niet met jezelf geconfronteerd wilt worden.

Maar ook als je muren opbouwt om achter te schuilen, je in terug te trekken, het blijft onmogelijk om alleen jezelf als norm en uitgangspunt te nemen. Je wordt hoe dan ook geconfronteerd met de ander. Alle anderen. En zij beïnvloeden en vormen jou. Je kunt niet los van elkaar functioneren. Je hebt elkaar nodig. Je kunt van elkaar leren, elkaar liefhebben, elkaar helpen.

Samen is meer dan ik. Samen doet je ik groeien. Groeien doe je samen. Samen is meer dan alleen.

Het vormt je, het bouwt je, je leert ervan, je leert ervan leven, je kunt op elkaar terugvallen.

En dan, op een dag, op een moment, of heel langzaamaan tot je bewustzijn doordringend, is er het besef dat er meer is. Meer dan ik. Meer dan wij samen. Meer dan het hier en nu. Meer dan het leven in al zijn facetten.

Er is God. Of je het nu wil zien of niet, al dan niet wil geloven, of je het nu accepteert of niet, Hij is. Hij bestaat. Hij is groter dan alle eilanden bij elkaar. En hij omvat ze, kent ze, doorgrondt ze, observeert alle onderlinge verbanden en netwerken. Op de een of andere, onnavolgbare en niet narekenbare wijze is Hij er ook bij betrokken.

Je kunt Hem negeren, die vrijheid heb je.

Maar als je Hem toelaat, accepteert in je leven, als je gelooft in Zijn Aanwezigheid, in Zijn Doel, in Zijn Toekomst, dan krijgt dat leven, jouw eigenste eiland-leven een extra betekenis. Een diepere laag en een hogere roeping. Een mooier uitzicht, want er komt een andere dimensie bij. Een diepere vervulling, want genade en liefde zijn wel gratis, maar niet goedkoop.

Dat eiland krijgt nog meer inhoud, meer glans, meer kleur, want het is in relatie met Alles. En alle lijntjes zijn wederkerig geworden. Multidisciplinair. Alle verbanden, alle verbindingen worden als het ware geherorienteerd. Dus, wat het 'Eiland Ik' verandert, verbetert, verdiept, dat gaat ook doorwerken op je relaties naar buiten toe.

Wordt het dan volmaakt? Is er dan geen pijn, geen afwijzing, geen eenzaamheid meer? Wordt het dan een hemel op aarde?

Nee, zeker niet. Nog niet. Maar het leven krijgt wel een horizon. Ik-gerichtheid krijgt wel een doel. De Wet van Liefde doordrenkt alle facetten van je leven, je relaties, je vergezichten, je dromen, je verlangens.

En waar je naar verlangt, daar ga je je op richten. Waar je van droomt, dat ga je proberen te realiseren. Waar je van leest, dat ga je proberen in de praktijk toe te passen. Waar je van vervuld wordt, daar ga je van spreken. Daar waar je tegen aan loopt, dat gaat jou vormen. Dat wat je bij jezelf ziet en ervaart, dat ga je bij anderen herkennen. Dat wat je niet zelf kunt, dat kun je overgeven, aan Iemand Die veel machtiger is.

Dat is, kort gezegd, de redding van een eiland. Een miezerig, krenterig, op zichzelf gericht eiland. Een egoïstisch, van zichzelf vervuld, altijd tekort schietend, ten diepste zeer eenzaam eiland. Want Ik is niet het centrum van Alles.

Ik komt tot zijn recht, tot zijn doel, in relaties. Met buiten, met anderen, met God. In alles. Overal.

Natuurlijk, gebrekkig, onvolmaakt. Tot de Grote Dag. De Jongste Dag. Dan wel volmaakt. Totaal. Alomvattend. Alles vervullend. Alles in Allen. Eén in Hem.
Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden. (1 Joh. 4 : 12)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen