Sow for yourself righteousness, reap the fruit of steadfast love; break up your fallow ground, for it is the time to seek the Lord, that He may come and rain salvation upon you (Hosea 10:12).

donderdag 26 mei 2011

Woestijnervaring (1)

Enkele jaren geleden hoorde ik eens een preek op de lokale radio met de intrigerende titel ‘Woestijnervaring’. Aan de hand van een tekst uit Hosea deed de predikant van een zustergemeente enkele bijzondere uitspraken die best indruk op me hebben gemaakt. Sterker nog, ze hebben we nooit meer losgelaten. En steeds kom ik meer teksten in de Bijbel tegen die aansluiten bij het beeld wat ik mij in gedachten heb gevormd. Ik wil er iets van proberen te delen, omdat ik vermoed dat het een universele ervaring is, die heel veel mensen zullen herkennen in hun eigen leven.
De tekst in Hosea 2 : 16 luidt als volgt: ‘Daarom zie, Ik zal haar lokken, en haar leiden in de woestijn, en spreken tot haar hart.’
‘Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God, wanneer mag ik komen en Gods gelaat aanschouwen?’ (Ps. 42 : 3)
Het is goed om dit wel in zijn verband te lezen, liefst alle hoofdstukken uit Hosea, want ze vormen één geheel. Aan de ene kant een God die zijn volk wil lokken met zijn liefde en treurt over haar hoererij. Aan de andere kant, het schokkende beeld dat God door middel van de profeet Hosea het volk Israel laat zien. Hij moet namelijk met een hoer trouwen en kinderen bij haar verwekken, die hij vervolgens bizarre namen moet geven. Lo-Ruchama, wat betekent: die geen ontferming ontvangt. Lo-Ammi: niet mijn volk.  

Verderop in Hosea staat de volgende tekst: (13 : 4-6) ‘Maar ik, de HEER, ben je God al sinds Egypte, en met andere goden mag je je niet inlaten; buiten mij is er niemand die je redt. Ik heb naar je omgezien in de woestijn, in de dorre woestenij. Ik heb hen op weidegrond gebracht en ze raakten verzadigd. Maar toen ze eenmaal verzadigd waren, werden ze hoogmoedig en keerden mij de rug toe.’

Wat hier in de allereerste plaats opvalt is dat God een jaloers  God is. Liefde maakt jaloers. Hij schenkt alleen liefde, brengt keer op keer redding van de vijanden, van de honger, van van alles en nog wat. Zijn oogappel, die Hij met liefde gekoesterd heeft, verzorgd heeft, verlost heeft uit het slavenhuis. Weggelopen, de rug toegekeerd. Negeren, dat is wat ze doen.
En waarom? Ze zijn verzadigd door de groene weidegrond. Luxe leidt af van God. Het maakt ook nog eens hoogmoedig. Ik kan het allemaal zelf wel. Onafhankelijk. Dat denk je. Zo maak je een afgod van je luxe. Heb je God niet meer nodig. We lachen in onze tijd een beetje om de houten, stenen of gouden afgodsbeelden van de tijd in de Bijbel, maar toch, als je eerlijk bent, waar vullen wij ons leven mee, wat leidt ons af van het belangrijkste, de allesomvattende liefde van God?
Dat is de reden waarom God zich voorneemt hen de woestijn in te sturen. Weg van de groene weiden, de overvloed, alles wat afleidt. Puur, kaal, armoedig. Op jezelf teruggeworpen. Je staat er helemaal alleen voor. En dan komt de vraag boven, onherroepelijk: wat nu?
Ken je dat, een woestijnervaring? Dat je het gevoel hebt dat je even op jezelf bent, dat alles, al het overbodige je uit handen wordt geslagen? Zonder hulpmiddelen, zonder bezigheden, zonder bezittingen, zonder familie en bekenden. Zonder beschermende muren. Zelf geen kerkmuren. He-le-maal al-leen. Dat kan best slikken zijn. Dat geeft eenzaamheid, dat roept allerlei vragen bij je op, dat roept heel sterke gevoelens naar boven.
Het lijkt er op dat God heel ver weg is in zo’n situatie. Onbereikbaar ver. Heftig. Adembenemend. Bloedstollend. Angstaanjagend.  Aangrijpend.
Ik schrijf dat hier nu heel algemeen op, maar we hebben allemaal wel van die momenten in ons leven. Of ze komen nog. Ongetwijfeld. De boodschap van ongeneeslijke ziekte, die een familielid te horen krijgt. Heftige ruzie met familie of vrienden. Kinderen die weglopen of dingen doen waar je het niet mee eens bent. Ontslag op je werk. Dat ene telefoontje met die schokkende boodschap. Noodlottig ongeval in de familiekring.
De tijd staat stil, maar de wereld draait door. Jij kijkt er naar, naar die wereld, maar het lijkt of je er geen deel van uitmaakt. Het gaat je niet meer aan. Je hebt iets anders aan je hoofd, in je hart.
De woestijn in dus.
Misschien brengt het een verlangen naar boven, roept het een herinnering bij je op. Hoe het was. Of wordt alles juist door elkaar geschud, hoe je dacht dat het was. Je beeldvorming, die wellicht niet terecht was. Misschien brengt het je juist in verwarring. Wordt je bestormd door de waarom-vragen. Hoe dan ook, je bent jezelf niet meer. Er wordt aan je levensboom geschud. Het komt erop aan nu. Wat nu?

‘Naar U Heer, gaat mijn verlangen uit.’ (Ps. 25 : 1)
‘Wat ben je bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij?’ (Ps. 42 : 12)
Dat kan een heel pijnlijke, diepgaande ervaring zijn. Teruggeworpen te worden op jezelf. Al het overbodige loslaten. Juist op zo’n moment ervaar je heel scherp dat je de dingen niet alleen kunt. Dat je God nodig hebt. Dat het er nu op aankomt. Geloof je Hem, vertrouw je Hem? Ook nu? Nee, begrijpen zul je Hem niet, je snapt er geen hout van dat dit jou nu overkomt.
Een beproeving. Een louterende ervaring. In de smeltkroes. Wat komt er boven drijven? Wat blijft er over van je ideeën, je visie, je ervaringen, je bezigheden? Als alles kaal is geworden, wat blijft er dan nog overeind staan? Je geloof, wat betekent dat nu, juist op het moment dat je het nodig hebt? Is het er? Is het iets dat je grijpen kunt? Wat jou nu, op het cruciale moment, houvast biedt?
In de psalmen kunnen we heel veel van dit soort momenten proeven in een mensenleven. Het besef van er alleen voor te staan. Geen uitzicht meer. Vragen aan God. Gebeden om verlossing. Verlangen naar uitredding.
En dan, de verrassende wending in Hosea. ‘Ik zal spreken tot haar hart.’ Geen donderpreek, geen verwijten, geen aanklacht, geen vraag zelfs, van ‘waar was je?’.
Waarom, Heer, bent U zo ver en verbergt U zich in tijden van nood? (Ps. 10 : 1)
‘Ik zal spreken tot haar hart’. Wat is dat? Fluisteren als je hart stil is? Of juist rustige, kalme woorden spreken als je hart onrustig is? Iemand sturen die een hand op je schouder legt, iemand die kan luisteren? Samen huilen met iemand? Een bekende tekst horen of lezen, en hem heel anders, heftiger, gevoeliger ervaren als ooit te voren, omdat het je raakt?
Ik denk dat het allemaal kan. God spreekt. Soms direct, heel soms. Baf, heel heftig. Maar vaker gebruikt Hij mensen, zoals jij en ik. Soms is Hij er gewoon, dat voel je. Kijkt naar je. Luistert naar je. Zwijgend. Soms merk je juist helemaal niets. Maar het aanroepen van Hem, het gebed tot Hem kan je al opluchting geven.
Niet altijd nu.
Niet altijd.
Soms.
Maar dat het kan, is zo bijzonder. Dat het gebeurt kan je leven veranderen. Je hart aanraken. Je gevoelens tot rust brengen. Je dorst lessen. Je verlangen stillen, of juist aanwakkeren.
Er is af en toe, na heel lang dwalen, na heel veel dorst, na de brandende zon, een oase. Een oase van groen en water en schaduw en rust. Dat houdt je op de been.
Je weet, ik moet weer verder. Straks. Maar die knipoog van God houdt je op de been. Dat verlangen wat Hij aanwakkert, dat is geloven. De stem die je niet hoort, die wil je toch horen. De dorst is het geloof.
Al het andere valt weg. Heeft geen waarde. Alleen God kent jou, door en door. Houdt van je. Je bent van Hem afhankelijk. Je dorst naar Hem. Hij is je God.

‘Toch ziet U de pijn en het verdriet, U merkt het op en weegt het in Uw hand.’ (Ps. 10 ; 14)
‘Bij God te zijn is mijn enig verlangen, mijn toevlucht vind ik bij God, de Heer.’ (Ps. 73 : 28)
Als je de Bijbel leest kom je heel veel van dit soort ervaringen van mensen tegen. Er is een mooie vergelijking te maken met de tocht van het volk Israel door de woestijn. Weg van de vleespotten van Egypte. Dwars door de Rode Zee. Veertig jaar door de woestijn. Dagelijks manna, beperkt houdbaar … Levend water in de woestijn. Op weg naar het beloofde land.
Zo is ons leven ook een beetje. Ken je dat, zo’n woestijnervaring?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen